Een levende die door de dood is gegaan *

Hij leefde door zijn tegenstrijdigheden: zijn razernij over de gruwel, de oorlog, het onrecht, zijn vaak onbegrepen nood aan tederheid, zijn behoefte om vooral met jongeren van gedachten te wisselen.

Overgevoelig sinds zijn vroege jaren, maar gepassioneerd door de muziekstudie die hij vanwege de oorlog had moeten afbreken, door de viool die hij sindsdien nog slechts met moeite kon bespelen, door de schoonheid die hij aanbad, door de zeldzame vriendschap waarnaar hij op zoek was.

Tot het eind van zijn dagen is Jacques – na de Dodenmars bevrijd in Dachau op de vooravond van die heuglijke 1 mei 1945 – getekend gebleven door zijn verblijf in Auschwitz.

De herinnering aan die periode heeft zijn geest dag en nacht beziggehouden.

Zoals zovele overlevenden heeft hij jarenlang op diverse scholen zijn levensverhaal verteld.
Niet alleen hield hij daarmee de herinnering aan het verleden levend, hij zette de jongeren ook aan om die gebeurtenissen niet te vergeten en tot elke prijs te vermijden dat dergelijke schanddaden zich ooit nog zouden voordoen, hij spoorde hen aan om zich in te zetten voor hun naaste.

Op latere leeftijd, wanneer de ziekte hem onontkoombaar inhaalt, begint hij te schrijven en te schilderen.
Bij elke schildering hoort een tekst: de werken zijn klein van omvang, de teksten gebald. In een zinnelijk kleurenspel heeft hij verscheidene thema’s aangesneden waarin het rood overheerst.


Kleur van bloed en oplaaiend licht.
Contrast tussen leven en dood.
Altijd weer dat contrast leven-dood, afhankelijk van de gemoedsgesteldheid van het moment.
Altijd ook heftig aangebrachte vlekken, ogen.
Overal ogen. De zijne?
De uwe misschien?
Overal, de wereld afturend.


In zijn geschriften, in zijn schilderwerk verwerkt hij enerzijds de in de kampen doorstane hel: angstvisioenen, verwrongen gelaatstrekken, kreten vol vraag- en uitroeptekens.
Een antwoord op de fundamentele vraag: « Hoe kan een mens schrijven en schilderen na Auschwitz? »

Anderzijds bezingt hij, in tegelijk levendige en zachte schakeringen, de natuur in al haar verscheidenheid, de liefde voor het leven, het engagement.

Vanuit zijn verbeelding, gevoed door herinneringen of door dromen, beschilderde hij honderden tekenbladen en op een originele manier ook zijn röntgenfoto’s.
Of het nu gouaches of olieverfschilderijtjes zijn, zijn werken laten niet onberoerd.

Vóór zijn overlijden wenste hij samen met zijn echtgenote een Stichting op te zetten voor hulpbehoevende jongeren, zonder enige vorm van discriminatie, geheel in de geest van de twee sleutelwoorden die voortdurend op zijn lippen lagen: Liefde en Edelmoedigheid.
Deze stichting heet Fondation ‘Mains ouvertes – Dignité de vie’.

In samenwerking met de Stichting Auschwitz wordt er bovendien jaarlijks een universitair proefschrift bekroond met de ‘Jacques Rozenberg-prijs’.

Andrée Caillet-Rozenberg
Lid van het raad van bestuur van het Belgisch Netwerk van Stichtingen vzw

* citaat van Jorge Semprun