Marc VERWILGHEN
Eerbetoon aan Jacques Rozenberg
Ik zou mevrouw Andrée Caillet willen bedanken voor de eer die mij te beurt viel een voorwoord te mogen schrijven bij het werk van haar man, Jacques Rozenberg.
Dit werk getuigt van een sterke persoonlijkheid en van een man die tot op het einde gedreven bleef: met woorden en kleuren uit Jacques Rozenberg zijn opstandigheid, zijn onstuimigheid, zijn levenslust en zijn naastenliefde. Zijn schilderijen en gedichten wekken respect, doen nadenken en zetten aan tot strijd tegen het nazisme en de hel van de concentratiekampen.
Zijn hele leven zou in het teken staan van deze strijd en van vooruitgang voor de mensheid. Vanaf de jaren veertig besloot hij waarden als verdraagzaamheid en respect, vrede en naastenliefde te gaan verdedigen. Daarom aarzelde hij niet zich via de clandestiene pers aan te sluiten bij de door Paul Halter opgerichte verzetsbeweging. Hij zou daarvoor worden opgepakt en naar Auschwitz gebracht, waar zijn viool en zijn muziek zijn redding werden. Als bij wonder overleefde hij Auschwitz, de Dodenmars en Dachau, en hij zou blijven getuigen van de gruweldaden in de kampen, want hij vond het zijn plicht het collectieve geheugen levend te houden en aan de jonge generatie kennis en herinneringen over te dragen. Hij organiseerde dan ook talloze rondleidingen in de uitroeiingskampen voor groepen jongeren aan wie hij onafgebroken, maar zonder haatgevoelens, vertelde wat hij had meegemaakt. Wanneer hij geen geleide bezoeken deed, getuigde hij in scholen van zijn levensloop en de weergaloze tragedie van de Holocaust of Shoah, waarbij miljoenen mannen, vrouwen en kinderen op geplande, georganiseerde en methodische wijze de dood vonden.
Hij wilde vooral jongeren bewust maken van wat er toen is gebeurd, jonge mensen die naar een betere wereld van morgen moeten streven. Daarom wilde hij getuigenis afleggen van de geleden pijn en de martelingen.
Met zijn werken symboliseert Jacques Rozenberg de strijd voor rechtvaardigheid en tracht hij een universeel verbond tegen antisemitisme en autoritaire regimes tot stand te brengen, een verbond tegen elke vorm van uitsluiting, een verbond voor menselijke waardigheid en wereldvrede. Hij geloofde dat menselijke vooruitgang inherent is aan de mens.
Het verleden negeren betekent zich de mogelijkheid ontnemen om erop te hameren dat de manipulaties van toen onaanvaardbaar waren en zich nooit meer mogen herhalen.
Door te wijzen op de ‘herinneringsplicht’, ‘de plicht om te weten’, door de ‘vreselijke stilte van de onverschilligheid van de mens voor de mens’ te doorbreken, gaf Jacques Rozenberg een identiteit aan alle anonieme slachtoffers van de kampen en de Dodenmars.
Het is onze plicht die herinnering levend te houden, vooral in een tijd van egoïsme, terrorisme en heropleving van extreem-rechts.
Aan ons om deze kennis door te geven via onderwijs, opleiding, preventie, dialoog en een grotere bewustmaking van racisme en sociale uitsluiting.
Marc VERWILGHEN
Minister van Economie, Energie,
Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid