Rik van AERSCHOT
Jacques ROZENBERG, een boodschap van hoop
Jacques Rozenberg is een begaafd kunstenaar en het kan verwonderlijk
lijken dat iemand die een uitzonderlijk musicus en een hartstochtelijk
muziekliefhebber was, zijn boodschap heeft overgebracht met gedichten en
schilderijen.
Hij die de gruwelen van de uitroeiingskampen en de Dodenmarsen heeft overleefd,
heeft die trauma’s overwonnen in zijn schilderijen en zijn gedichten en
geeft ons een boodschap van hoop, een boodschap van geloof in de mensheid.
Hoe doet een kunstenaar dit en wat is kunst?
Van kunst zijn ontelbare bepalingen gegeven, maar die van Albert Camus
is voor mij nog altijd de meest overtuigende: ‘Kunst is geen eenzaam genot maar een
middel om een zo groot mogelijk aantal mensen te bewegen door hun een
geprivilegieerd beeld te geven van gemeenschappelijk lijden en vreugde.’
Kunst is inderdaad de zeer individuele ervaring van cultuur, zowel bij de
artiest als bij diegene die met het kunstwerk geconfronteerd wordt, die
het kunstwerk met zijn eigen gemoed tegemoet treedt en er op zijn
beurt een allerindividueelste impressie van overhoudt en in zijn verdere
leven daaraan uitdrukking geeft.
Kunst schept objecten, schept beelden, schouwspelen, schept zelfs mensen,
kunst schept literatuur, schept een taal, schept meesterschap
over de taal en is dus een communicatiemiddel bij uitstek. Communiceren
is inderdaad leven, want zonder communicatie zijn wij allen geïsoleerd tegenover
de vernietigende krachten van de natuur, tegenover het verschrikkelijke mysterie van het leven, van het hoe en het waarom van ons bestaan.
En men kan zich moeilijk indenken, als men het zelf niet heeft beleefd, hoe
iemand nog een antwoord kan vinden op de grote vragen van het leven wanneer
hij het slachtoffer en de getuige is van de onzegbare verschrikkingen
die in de uitroeiingskampen een beeld van de mensheid hebben geschapen
dat moeilijk te vereenzelvigen is met de grootsheid van de natuur, met de
schoonheid van het leven, van een geboorte, van de liefde.
Hoe kan men nog geloven in liefde, in naastenliefde, in caritas, wanneer
mensen op de meest ondenkbare brutale manier door andere mensen
worden vernederd en uitgeroeid?
Dit is wat Jacques Rozenberg meemaakte en waarvan hij getuigenis heeft
kunnen afleggen in woord en beeld. Hij, wiens leven zo totaal en ingrijpend veranderd werd, heeft op die wijze blijk willen geven van de ontembare
kracht van het leven dat zich tot op het laatste ogenblik en met de laatste
vezel verzet, verzet tegen datgene wat niet te vatten is, wat niet te begrijpen
is maar wat toch ondergaan wordt. Wij krijgen van hem dus een boodschap
die ons zegt dat het nooit te laat is om te hopen, dat het nooit tijd is
om te wanhopen en dat men weerstand moet bieden aan alles wat, hoe onbegrijpelijk
ook, ingaat tegen de schoonheid van de schepping zoals die zich
openbaart in de natuur en in ieder van ons.
De geschiedenis van de 20ste eeuw heeft ons geleerd dat onmiddellijk moet
worden gereageerd op alles wat ingaat tegen de menselijkheid, en de jonge
geschiedenis van 21ste eeuw is niet van aard om dit tegen te spreken.
In zijn werken toont Jacques Rozenberg ons dat het onmenselijke een
dagelijks verschijnsel is, overal, over heel de wereld, gisteren en vandaag,
en dat wie daarop niet reageert een zelfingenomen mens is, een zwakke,
een naïeve, een angstige. Wie angst heeft, steekt zijn kop in het zand en
wil het gevaar niet zien dat iedere seconde om iedere hoek loert om het menselijke in de mens te doden.
Met zijn overheersende kleuren en bewegingen dwingt Jacques Rozenberg
ons ertoe het leven onder ogen te zien, alsof wij een van zijn schilderijen ter hand zouden
nemen en het bekijken, erdoor overweldigd te worden, de boodschap te
horen, het signaal te zien, de steekvlam die ons waarschuwt dat het grootste
gevaar van de hedendaagse tijd de onverschilligheid is van de ene mens tot
de andere, het niet horen van de waarschuwing dat er een strijd te voeren is,
de strijd om de andere niet af te wijzen.
Wie de werken van Jacques Rozenberg bekijkt en zijn gedichten leest, die
vindt het antwoord op de prangende vraag: ‘Hoe kan men nog leven na wat
wij beleefd hebben, na wat wij alle dagen beleven en hoe staan wij klaar voor
wat ons morgen te wachten staat?’ Het antwoord is leven met liefde en met
warmte voor de andere, niet afwijzen, niet vernietigen maar openstaan.
Het is een ongelooflijk mooie boodschap van hoop, het is in ieder schilderij, in
ieder vers een steen die wij tot de onze kunnen maken en inpassen in het grootse werk van de bouw van de kathedralen van de mensheid, van een menselijker wereld.
Rik van AERSCHOT
beheerder auschwitz-stichting
voormalig rector v.u.b.